De geschiedenis van de Tiense suiker
Suiker in het Europa van na WO II
Tussen 1940 en 1945 draaiden de suikerfabrieken en –raffinaderijen op volle toeren om het land te bevoorraden, maar van investeringen was geen sprake meer. Na de oorlog waren de fabrieken dan ook aan een grondige vernieuwing toe. De installaties werden vervangen en uitgebreid. Maar al gauw bleek het evenwicht tussen de productie en het verbruik van suiker grondig te zijn verstoord, waardoor de wereldmarkt permanent in crisis verkeerde.

Pas toen de Europese Economische Gemeenschap was opgericht, werden de problemen van de suikerindustrie ook structureel aangepakt. De Europese lidstaten kregen suikerquota opgelegd. In 1968 bedroeg het Belgische suikerquotum 550.000 ton. In 2001 was dat cijfer al opgelopen tot 826.000 ton.
De Tiense Suikerraffinaderij vatte het plan op de meest productieve suikerproducerende groep van Europa te worden. Er brak dus een periode aan van interne vernieuwingen, structuurhervormingen, afslankingen en modernisering van de beheerssystemen.